Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

12.11.2019

Recensie Le Mans ’66

door Chris Craps

Racefilms zijn vaak oervervelend. De makers staren zich blind op de sensatie van het racecircuit en vergeten een boeiend verhaal met interessante personages te vertellen. Le Mans met Steve McQueen was het prototype van dat soort slaapverwekkende toestanden waarbij je door het gebrul van de motoren niet eens rustig kunt indommelen. Dat het ook anders kan, toont Logan-regisseur James Mangold met Le Mans ’66 (aka Ford v Ferrari).

In 1963 zat Ferrari, dat zich tot dan toe vooral had toegespitst op racewagens, in de financiële problemen. Dat het Italiaanse automerk de onbetwiste winnaar van de uithoudingsrace 24 uur van Le Mans bleef, kon daar niets aan veranderen. Ford Motor Company, dat nog nooit had meegedaan aan Le Mans en ook geen geschikte racewagens bezat, zag de kans schoon om een bod te doen op Ferrari. Enzo Ferrari vertikte het echter om naar Fords pijpen te dansen en verbrak de onderhandelingen. Daarop besloot de wraakzuchtige Henry Ford II (Tracy Letts) zelf een racewagen te laten bouwen om de 1966-editie van Le Mans te winnen en deed daarvoor een beroep op de Texaanse autobouwer Carroll Shelby (Matt Damon), die op zijn beurt de Britse piloot Ken Miles (Christian Bale) aantrok.

De interessantste insteek van Mangold en zijn scenaristen heeft met de schurk van dienst te maken. Aanvankelijk denk je dat Ferrari de badguy zal worden, maar na een tijdje wordt het duidelijk dat de bureaucratische kaderleden van Ford de echte dwarsliggers zijn. Einzelgänger Miles past niet in de Ford-structuur omdat hij volgens hen geen teamspeler is. Dat leidt in het tweede deel van de film tot een boeiend kat-en-muisspel tussen de eeuwige rebel en de rechterhand van Ford II (Josh Lucas).

De algemene structuur wordt echter opgehangen aan de vriendschap tussen Miles en Shelby. Zoiets werkt alleen als het ook echt klikt tussen de vertolkers van die rollen. Gelukkig stel je vast dat Damon en Bale – die nog nooit eerder samen voor de camera hadden gestaan – een geweldig tandem vormen, te vergelijken met Paul Newman en Robert Redford. Net zoals bij het The Sting-duo voel je dat Damon en Bale elkaar ook in het echte leven mogen, wat tot een onbetaalbare chemistry leidt.

Een andere troef is de humor. In tegenstelling tot bekende racefilms als Grand Prix, Driven en Rush crasht Le Mans ’66 niet tegen een muur van ernst. Zo is de kleine scène waarin Shelby aan de pitstop ongemerkt een moer richting de voeten van de Ferrari-mecaniciens werpt – die vervolgens in paniek slaan – puur scenariogoud.

Kort door de bocht: documentaires buiten beschouwing gelaten maakt Le Mans ’66 zonder veel concurrentie aanspraak op de prijs voor beste racefilm ooit.

>>Klap

Matt Damon en Christian Bale vormen in deze uitstekend geschreven racefilm de tandem Carroll Shelby-Ken Miles, die in 1966 de 24 Uur van Le Mans moest winnen voor Ford Motor Company. Butch Cassidy and The Sundance Kid op de racebaan.

Regie James Mangold
Cast Matt Damon, Christian Bale, Tracy Letts
Speelduur 2u32
Vanaf 13 november in de bioscoop