Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

17.09.2019

Recensie Ad Astra

door Chris Craps

Hoewel de Amerikaanse scenarist-regisseur James Gray (The Yards, The Immigrant) meer flops dan hits op zijn cv heeft staan, heeft hij met zijn kwalitatief hoogstaand oeuvre een enorme reputatie opgebouwd. Elk zichzelf respecterend filmfestival kijkt er naar uit om de nieuwe Gray op het programma te zetten. In Hollywood zal men zo’n auteur met een sterke visie niet zo snel binnenhalen, maar dankzij Brad Pitt – die met zijn productiehuis Plan B reeds een aantal indrukwekkende artistieke buitenbeentjes financierde – is dat toch gebeurd. De tweede samenwerking tussen Gray en Pitt na de Amazonetrip The Lost City of Z blijkt opnieuw een exploratie van een niemandsland én de menselijke psyche.

Dat Gray deze keer tot Neptunus reist om zijn verhaal te vertellen, is op zich niet zo belangrijk. Het sciencefictiongegeven dient het visuele meer dan het inhoudelijke. Ad Astra is zonder omwegen een metaforische vertelling over een man op zoek naar zijn identiteit. Roy McBride (een uitstekende Pitt) wordt in het begin geportretteerd als een kille en afstandelijke man. Dat maakt van hem – toch in de ogen van het militair-industrieel complex – de ideale astronaut om contact te zoeken met de rebelse commandant van een ruimtestation nabij Neptunus, die iets heeft uitgespookt waardoor onze planeet dreigt te vergaan. Toch zou er een probleem kunnen opduiken: de man die tot de orde moet worden geroepen, is Roys vader (Tommy Lee Jones).

Het grootste deel van Ad Astra lijkt conflictvrij. Roy toont zich de ultieme marionet van de overheid die zijn emoties bijna tot in de perfectie weet te onderdrukken. Maar zijn interne stem – die we over de beelden horen – geeft ons de nodige informatie over het interne conflict dat op uitbarsten staat. Roy zwalpt tussen twee vaders die hem kwellen: de vader die hem lang geleden in de steek liet en de surrogaatvader (de overheid) die van hem strikte gehoorzaamheid verwacht.

Het psychoanalytische aspect van de film komt natuurlijk uit Grays grote inspiratiebron: Apocalypse Now, gebaseerd op Heart of Darkness van Joseph Conrad. Je zou bijna denken dat Ad Astra een weinig subtiel scifi-aftreksel is van Coppola’s oorlogsepos, maar de cineast heeft veel meer te bieden dan een portie psychoanalysis for dummies.  Interessant is hoe hij bijvoorbeeld de oude mythes gebruikt. Zo zou je Roy kunnen beschouwen als een moderne Odysseus die na een lange reis in het verweer gaat tegen Poseidon of een ruimte-Hercules die na zijn twaalf werken het opneemt tegen zijn vader, de god Zeus.

Ad Astra heeft genoeg lagen voor meerdere kijksessies. Maar misschien moet je de film de eerste keer over je heen laten gaan als een serie van losse spektakelsequenties zoals die uit Apocalypse Now en de Odyssee. Achteraf blijven die momenten – de ‘Mad Max op de maan’-actiescène, de ‘ruimteschip in nood’-sequentie en het ‘hoe sluip ik een raket binnen’-moment – steevast door je hoofd spoken, al was het maar door het specifieke ritme, de verrassingen of de geluidsband.

Beweren dat Ad Astra Kubricks 2001: A Space Odyssey naar de kroon steekt is onzin, maar als companion piece van Interstellar en First Man heeft de film zeker zijn plaats.

>>Klap                                                                                                              

James Gray (The Lost City of Z) exploreert in deze psychoanalytische sciencefictionfilm vol mythische referenties de zoektocht van een gekwelde zoon (Brad Pitt) naar de vader (Tommy Lee Jones) die hem in de steek liet. Zowel schatplichtig aan Apocalypse Now als aan de Odyssee.

Regie James Gray
Cast Brad Pitt, Tommy Lee Jones, Donald Sutherland
Speelduur 2u02
Vanaf 18 september in de bioscoop