Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

05.10.2018

Rupert Everett over zijn Oscar Wilde-drama The Happy Prince: ‘Visconti meets de Dardennes.’

door Ruben Nollet

Tien jaar heeft het geduurd voor Rupert Everett zijn passieproject The Happy Prince, over de laatste levensjaren van zijn idool Oscar Wilde, kon realiseren. Dat hij finaal niet enkel de hoofdrol maar ook de regie voor zijn rekening nam, zegt genoeg over zijn toewijding. ‘Wanhoop geeft je energie.’

Rupert Everett weet nog precies wanneer hij besefte hoeveel de grote Britse schrijver en dichter Oscar Wilde voor hem betekent. ‘In 1990 speelde ik mee in een toneelproductie van The Picture of Dorian Gray. Ik vertolkte een van de drie hoofdrollen, Lord Henry Wotton. Op het podium klikte het perfect tussen mezelf, het publiek en Wilde. Een paar later werkte ik mee aan een productie van The Importance of Being Earnest in Parijs, in het Frans, en weer voelde ik die magie.’                                                                     

Het lag dus voor de hand dat Everett en Wilde elkaars pad zouden blijven kruisen. Eerst dook hij als acteur op in een paar verfilmingen: An Ideal Husband( 1999) en The Importance of Being Earnest (2002). Tien jaar geleden, toen zijn acteercarrière begon te slabakken, vatte hij het plan op om zelf een script te wijden aan de legendarische schrijver, met de focus op Wildes tragische laatste levensjaren tussen 1897 en 1900.

OP LEVEN EN DOOD

The Happy Prince is niet de eerste film over Oscar Wilde’, zegt Everett. ‘In het verleden ging het echter vooral over zijn glorietijd. Ik begin waar die films eindigden, bij Wildes veroordeling tot twee jaar dwangarbeid wegens zedenschennis (en eigenlijk wegens zijn homoseksuele geaardheid, nvdr.). Voor mij is de periode na zijn gevangenisstraf minstens even interessant. Het is het verhaal van iemand die ooit ongelooflijk succesvol was, gedegradeerd is tot dakloze en dan maar voor ballingschap in Frankrijk kiest. Maar daar stopt zijn lijdensweg niet. Wilde komt wel vrij, maar hij is niet echt vrij. Hij belandt in een ander soort gevangenis en wordt voortdurend opgejaagd.’

Oorspronkelijk zou Everett de hoofdrol spelen en de regie aan iemand anders overlaten. Toen drie jaar later een zevental regisseurs voor het project hadden bedankt, nam hij zelf de touwtjes in handen. ‘Het was de enige manier om ervoor te zorgen dat het project in leven bleef. Het werd echt een strijd op leven en dood: als het me niet zou lukken om The Happy Prince van de grond te krijgen, zou mijn carrière voorgoed voorbij zijn. Geen aangenaam gevoel, dat kan ik je verzekeren, maar het gaf me de energie om er te blijven voor gaan. Als je wanhopig genoeg bent, kun je alles.’

LIEFDE VOOR EUROPA

Everett wist van bij het begin hoe de film er moest uitzien. Stilistisch liet hij zich beïnvloeden door het oeuvre van twee – eigenlijk drie – cineasten: Luchino Visconti en de Belgische gebroeders Dardenne: ‘Ik wilde een esthetische film met sterke designs. Daar was Visconti natuurlijk een meester in. Daarnaast ben ik een grote fan van de Dardennes, vooral vanwege hun camerawerk. Het ziet er heel naturalistisch uit, maar eigenlijk is alles tot in de puntjes gechoreografeerd. Bovendien zitten ze hun hoofdpersonages vaak dicht op de huid, en dat vind ik prachtig.’

The Happy Prince is een Belgische coproductie, en dus werd de film ook voor een stuk bij ons gedraaid. Brussel bleek de perfecte stand-in voor Parijs, en als een straat er iets te Vlaams uitzag, maakte Everett rijkelijk gebruik van een mistmachine. ‘Maar we hebben ook gefilmd in Beieren, Napels en Normandië. The Happy Prince is een uitgesproken Europese film, en daar ben ik trots op. Hij is de vrucht van een samenwerking tussen verschillende culturen, talenten en technieken. Dat past perfect bij Wilde, die tot het bittere einde nieuwsgierig bleef naar mensen. Ik kan me dus nauwelijks voorstellen dat ik als Brit binnenkort geen Europeaan meer zal zijn.’