Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

13.08.2019

Recensie Once Upon a Time in Hollywood

door Chris Craps

Quentin Tarantino zal de geschiedenis ingaan als de regisseur die het cinefiele perfect wist te verzoenen met het populaire. Dat lijkt wel het begin van een necrologie, maar QT’s negende voelt dan ook aan als de finale van een lange filmsymfonie. Wat maakt Once Upon a Time in Hollywood zo anders dan zijn voorgangers? Het is én een tragikomische testamentfilm, én een monumentale metafilm – zeg maar La nuit américaine op zijn Tarantino’s.

Zoals het meesterwerk van Truffaut speelt deze film zich af in de vage zone tussen fictie en realiteit. Acteur Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) en stuntman Cliff Booth (Brad Pitt) hebben nooit bestaan, maar het zijn wel amalgamen van mensen die echt geleefd hebben: Steve McQueen, Clint Eastwood, Burt Reynolds, George Maharis, Edd Byrnes en Ty Hardin voor Dalton; Hal Needham, Gary Kent, Gene LeBelle en Donald Shea voor Booth.

De twee veteranen staan in 1969 voor een keerpunt, want New Hollywood kondigt zich aan, gepersonifieerd door actrice Sharon Tate (Margot Robbie) die Daltons buurvrouw wordt in Beverly Hills. In de ogen van Tarantino zijn Dalton en Booth de laatste in hun soort en hij portretteert hen dan ook als een sixties-versie van Butch Cassidy & The Sundance Kid – niet toevallig een film uit 1969 – die ook hier achtervolgd worden, maar deze keer door de posse van New Hollywood.

Als toeschouwer weet je dat Charles Manson het lot van Tate heeft bepaald. Tarantino laat die dreiging rustig inwerken: de enkele shots van de beruchte sekteleider zijn al genoeg om een omineuze schaduw over de ganse film te werpen. Zelfs al ligt de focus op het hilarische gezeur van has-been Dalton en de droogkomische laisser-faire-attitude van outcast Booth, dan nog zorgt dat unheimische voor een heel aparte toon.

En dan is er het metagedeelte. Door zijn enorme gelaagdheid zou je Once Upon a Time in Hollywood kunnen vergelijken met een Matroesjka-poppetje, maar dan ontworpen door Escher: in het laatste poppetje zit je terug bij het eerste. Het is een wat cryptische omschrijving om zonder spoilers aan te geven dat QT hier als oppergod van zijn filmuniversum commentaar geeft op de troebele zone tussen fictie en realiteit.

Daarmee lijkt het alsof Tarantino alles gezegd heeft over het medium dat hij bijna dertig jaar lang exploreerde. Ook al maakt hij nog een film – wordt het nu een Star Trek-aflevering of Kill Bill: Vol. 3?– dan nog lijkt dit visueel verbluffende epos nokvol details en referenties op een afscheidsrede. “Alles wat nu nog komt, zal een coda zijn”, zei de meester onlangs. En na het zien van Once Upon a Time in Hollywood geloof je dat hij het meent.

Eindigen in schoonheid, heet dat.

>>Klap                                                                                                              

Quentin Tarantino schetst in zijn negende film een tragikomisch portret van het einde van het oude Hollywood  aan de hand van een verhaal rond een semifictieve acteur die in 1969 een nieuwe buur krijgt: de later door volgelingen van Charles Manson vermoorde Sharon Tate. Leonardo DiCaprio en Brad Pitt schitteren als Butch Cassidy & The Sundance Kid-achtige vrienden in een evocatie vol filmknipogen. La nuit américaine op zijn Tarantino’s.

Regie Quentin Tarantino
Cast Leonardo DiCaprio, Brad Pitt, Margot Robbie
Speelduur 2u41
Vanaf 14 augustus in de bioscoop