Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

11.12.2015

Brick in the Wall

door Ewoud Ceulemans

De hartslagader van Steven Spielbergs nieuwe spionagedrama, Bridge of Spies, bestaat uit beton, cement en wat ijzerdraad, die samen de eerste versie van de Berlijnse Muur vormen. Daarmee schrijft Bridge of Spies zich in een mooi lijstje van andere Muurfilms in. Een top vijf!

One, Two, Three (Billy Wilder, 1961)

Als Duitse migrant waren er weinig regisseurs die de politieke actualiteit van zo dichtbij wisten te benaderen als Billy Wilder. In de satirische komedie One, Two, Three, een halve remake van de screwball comedy Ninotchka (1939, waarvoor Wilder het scenario schreef), neemt Wilder het verdeelde Europa onder de loep.

In één van zijn laatste rollen kruipt James Cagney in de huid van Mac, een relatief hoge pief bij de Coca-Cola Company. Hij is vastberaden om de populaire frisdrank in de Sovjet-Unie te introduceren, maar dat blijkt verre van eenvoudig. De plotse aanwezigheid van Scarlett (Pamela Tiffin), de dochter van de grote baas, maakt de zaken er niet makkelijker op: zij is immers verloofd met een Oost-Duitse communist.

Dat Wilder met zijn politieke komedie dicht bij de actualiteit zat, is een understatement. De crew had opnames in West-Berlijn gepland, maar moest halsoverkop uitwijken naar München. De reden? De Russen hadden ’s nachts de eerste versie van de Berlijnse Muur opgeworpen, waardoor draaien op locatie onmogelijk werd.

 

The Spy Who Came in From the Cold (Martin Ritt, 1965)

Fans van James Bond die een portie verdeeld Berlijn willen, kunnen terecht bij het Roger Moore-vehikel Octopussy (1983), maar een veel interessantere spionageprent is The Spy Who Came in From the Cold. Gebaseerd op het gelijknamige boek van John Le Carré, de sombere tegenhanger van Ian Fleming, vertelt deze film het verhaal van Alec Leamas (Richard Burton), een terneergeslagen Britse spion, die al lang niet meer weet of hij wel een goede zaak dient en overweegt om naar de andere kant over te lopen. Zijn gevoelens voor de communiste Nan (Claire Bloom) maken de morele dilemma’s nog een beetje complexer.

The Spy Who Came in From the Cold opent met een memorabele scène op de Berlijnse Muur, waar Leamas getuige is van de moord op een Britse dubbelagent, die de Muur probeert over te steken. Een donker begin voor een donkere film, waarin de Muur hét symbool wordt voor de morele woestenij waarin Le Carré’s personages moeten overleven.

 

Funeral in Berlin (Guy Hamilton, 1966)

In Funeral in Berlin herneemt Brits acteericoon Michael Caine zijn rol als Harry Palmer uit The Ipcress File (1965). Ditmaal wordt hij belast met de ontsnapping van een Russische officier, die van plan is over te lopen naar de Britse geheime dienst. Dat zo’n ontsnapping eerder over prikkeldraad dan over rozen verloopt, spreekt voor zich.

Dat blijkt immers niet enkel uit het verdere verloop van de plot, maar ook uit het verhaal achter de film, die op locatie werd gedraaid. Tijdens opnames in de buurt van Checkpoint Charlie, het bekendste oversteekpunt van de Muur, probeerden Russische soldaten van aan de andere kant de camera’s te saboteren door licht in de lenzen te schijnen.

 

Der Himmel über Berlin (Wim Wenders, 1989)

Weinig films hebben de lelijkheid, maar ook de romantiek van het verdeelde Berlijn zo scherp weten te vatten als Wim Wenders, die aan het einde van de jaren tachtig, kort voor de Muur viel, Der Himmel über Berlin draaide.

Protagonist is Damiel (Bruno Ganz), een engel die vervreemde en vereenzaamde Berlijners enige troost probeert te bieden. Tot hij beseft dat gewone mensen, met al hun zorgen, bekommernissen en verliefdheden, een veel rijker leven hebben dan hijzelf. Wanneer hij zelf valt voor circusartieste Marion (Solveig Dommartin), besluit hij zelf mens te willen worden.

Der Himmel über Berlin schetst een Berlijn dat vandaag nog steeds tot de verbeelding spreekt: een culturele hotspot waar een jonge Nick Cave met zijn Bad Seeds lokale clubs onveilig maakte, maar ook een soms desolate plaats, waar een met graffiti bespoten Muur voor verdeling en vervreemding zorgt.

 

Good Bye, Lenin! (Wolfgang Becker, 2003)

Misschien wel de bekendste Muurfilm. Ook al valt de Muur dan al in de eerste akte van deze Duitse komedie, waarin hij niet alleen een politieke scheiding bewerkstelligt, maar ook symbool staat voor een generatieconflict.

Centraal staat de jonge, Oost-Duitse twintiger Alex (Inglourious Basterds-acteur Daniel Brühl), die niet kan wachten tot de poort naar het Westen opengaat. Maar er is ook zijn moeder Christiane (Katrin Sass), een fervente communiste die in een coma sukkelt wanneer ze haar zoon ziet protesteren tegen het DDR-regime en pas ontwaakt nadat de Muur is gevallen.

Om zijn moeder niet te overspannen, besluit Alex de voormalige DDR, tegen zijn zin, opnieuw op te bouwen in hun kleine appartementje. De absurde scheidingen en situaties waarvoor de Berlijnse Muur symbool stond, zijn zelden zo treffend weergegeven als in deze politieke satire.

 

@Ewoud51