Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

07.09.2020

Louis Talpe over wielerdrama The Racer: ‘Het is belangrijk dat je jezelf niet overschat.’

door Ruben Nollet

Mega Toby op de fiets. Het is onjuist en oneerbiedig om The Racer zo voor te stellen, maar voor een deel van het publiek zal het Iers-Belgische drama wel zo overkomen. De hoofdrol wordt immers vertolkt door Louis Talpe, die jarenlang een van de (super)helden van het Studio 100-publiek is geweest. Die dagen liggen echter lang achter hem: ‘Ik ben blij met mijn carrière en hoe ze evolueert.’

Van in zijn jonge jaren was Louis Talpe sportief aangelegd. Als jonge snaak had hij vier paarden en deed hij aan jumping op vrij hoog niveau. Later volgden onder meer voetbal, lopen, wielrennen en zwemmen. Op de Britse school waar hij zijn laatste twee jaar middelbaar afwerkte, speelde hij veel rugby. Het was ook daar dat hij geboeid raakte door acteren.

Wat begon als een hobby, werd een job toen hij naar België terugkeerde. Na gastoptredens in onder meer De kotmadam en Spring kreeg hij in 2006 de rol te pakken die hem zijn leven lange tijd zou bepalen: de lieve en knappe politieman Toby in de Studio 100-hit Mega Mindy. Tien jaar lang verblijdde hij kinderzieltjes, en intussen bouwde hij op allemaal mogelijke manieren verder aan zijn carrière.

In Nederland brak hij door met de soap Goede tijden, slechte tijden, in België zagen we hem onder meer in de series AspeDe Ridder en Spitsbroers, in showprogramma’s als Sterren op de dansvloer en als presentator van Eeuwige roem. Vier jaar geleden voegde hij daar zelfs een Amerikaanse reeks aan toe: het Bijbelse verhaal Of Kings and Prophets.

En nu gaat ook de filmwereld stilaan voor open. Na vertolkingen in Filip Peeters’ romantische komedie Wat mannen willen en Stijn Coninx’ Bende van Nijvel-drama Niet schieten heeft Talpe in de Iers-Belgische film The Racer een heuse hoofdrol te pakken. Hij speelt een wielrenner, Dominique Chabol, die het einde van zijn loopbaan ziet opdoemen. De kans is groot dat de 85e editie van de Ronde van Frankrijk meteen ook zijn laatste zal worden. Het wordt echter een bewogen Tour, zowel binnen het peloton als in Chabols leven.

Was het jouw idee om van Chabol een West-Vlaamse flandrien te maken? 

LOUIS TALPE: ’Kieron J. Walsh, onze regisseur, had er geen probleem mee. Voor de film maakte het niets uit, want die is voor 99 procent in het Engels. Mijn personage praat geen Nederlands met andere renners. Het zijn allemaal Italianen, Australiërs of Franstalige Belgen. Voor mij voelde het nog natuurlijker aan om de weinige stukjes Nederlands in mijn eigen dialect te spelen.’

Heb je hard moeten werken om je voor te bereiden? Je bent sportief gebouwd, maar de fysiek van een wielrenner heb je niet. 

(knikt) ‘Ik ben te breed. Dat komt omdat ik vroeger veel gezwommen heb. Tijdens de voorbereiding ben ik tien kilo vetmassa kwijtgespeeld en heb ik twee kilo spieren gewonnen. Ik zat op zes procent vetpercentage. Ik moest ook extreem mager zijn. Ik had geen keuze. Anders zouden de scènes waar ik op mijn roller zit of voor de spiegel sta totaal ongeloofwaardig zijn.’ 

Geniet je ervan om je lijf zo aan te pakken?

‘Het is een deel van de vertolking. Ik ben trouwens blij dat ik moest vermageren en niet verdikken. Ik heb enorm veel respect voor wat Kevin Janssens heeft gedaan voor De Patrick. Ik denk dat ik ook wel makkelijk zou bijkomen, maar ik zou veel moeite hebben om eraan te beginnen. De regisseur zou serieuze argumenten op tafel moeten leggen om me te overtuigen. Op mijn leeftijd is het niet meer zo gemakkelijk om die kilo’s weer kwijt te spelen en scherp te staan voor het volgende project.’

Chabol is een domestique, een knecht die in dienst van de kopman rijdt. Mag ik dat een vreemde manier vinden om aan sport te doen?

‘Het is op zich inderdaad raar. Chabol legt het uit in de scène waarin hij in een café met een paar Ieren zit te praten. Hij doet mee aan de wedstrijd, maar het is niet de bedoeling dat hij wint. Hij offert zich op voor de ploeg, net zoals Iljo Keisse of Tim Declercq dat in het echte leven doen. Het sporthart van die renners is zo groot dat de winst van hun kopman hen evenveel waard is als hun eigen eer. Daarin vinden ze hun geluk.’

Ik kan me niet voorstellen dat ze ooit renner zijn geworden met het idee dat ze nooit zullen winnen en amper naambekendheid zullen krijgen.

‘Ze krijgen wel degelijk erkenning. In België heb je bijvoorbeeld ‘De Kristallen Zweetdruppel’, een onderscheiding voor de beste helper. Je mag er ook zeker van zijn dat binnen het peloton met bewondering naar hen gekeken wordt. Het zijn sterke beren. Je weet dat alle toprenners zulke ploegmaats nodig hebben. Het is een ongelooflijk belangrijke job.’

Zou jij je hele carrière in dienst van iemand anders kunnen stellen of heb je daar te veel ambitie voor?

‘Ik ken mijn plaats. Het is belangrijk dat je jezelf niet overschat. In een situatie waarin ik mezelf correct behandeld voel, kan ik me altijd schikken. Ik ben van nature competitief, maar ik hoef niet per se elke keer te winnen. Ik gun anderen het licht in de ogen. Als iemand meer kracht heeft of beter kan voetballen of slimmer is, kan ik daar respect en bewondering voor opbrengen. Ik geniet ervan om anderen te zien slagen.’

Met welke ambities ben je acteur geworden?

‘Met de bedoeling om me te amuseren tijdens de werkuren. Toen ik tijdens mijn humaniora in Engeland wat theater en filmpjes begon te maken, vond ik dat plezant. Het werd een hobby, daarna een passie en uiteindelijk een job. Nu is het natuurlijk vooral mijn ambitie om mee te werken aan projecten waar ik trots op ben.’

Je bent 39. Heb je er ooit aan getwijfeld dat een hoofdrol in een internationale filmproductie nog mogelijk was?

‘Waarom? Je moet durven dromen. Ik vind trouwens dat ik alleen maar beter word. Ik heb meer professionele ervaring en meer levenservaring dan toen 18 was. Ik kan meer aan. Daarnaast moet je natuurlijk ook hopen dat je een kans krijgt. Er loopt zeer veel acteertalent rond in België.’

Heb je ooit het gevoel gehad dat het lichtere entertainment waarvoor je bekend stond tegen jou werkte? Dat je bepaalde kansen niet kreeg omdat je Toby uit Mega Mindy was, om het cru te stellen?

‘Dat lichtere entertainment dateert uit het begin van mijn carrière. Daarna heb ik meer dramatische rollen gespeeld. Van Studio 100 heb bovendien ik kansen gekregen waar ik immens dankbaar voor ben. Het was zeer leuk en leerrijk, en ik heb zo veel mensen leren kennen. Misschien heeft het me in het begin een soort stempel gegeven, maar naarmate mijn carrière vorderde, heb ik ook andere dingen laten zien. Nu zit ik bijvoorbeeld in het tweede seizoen van Beau séjour en in de nieuwe thrillerserie Black-Out.’ 

Je vermeldde daarnet Kevin Janssens. Totdat hij meespeelde in D’Ardennen, had hij het gevoel dat hij een stempel droeg. Denk je dat The Racer een gelijkaardig effect kan hebben voor jou?

‘Voor mij gaat het niet om verandering, maar om continuïteit. Ik ben blij met mijn carrière en hoe ze evolueert. Ik durf ook te kiezen. Ik durf zelfs nee te zeggen tegen dingen waar ik niet volledig achter sta, ook al betekent dat dat ik even zonder werk val.’

Dat is een luxepositie. 

‘Ik vind van niet. Luxe zou zijn als ik kan kiezen tussen dingen die ik heel graag wil doen. Nu eet ik liever wat droog brood en wacht ik tot er iets goeds passeert in plaats van het geld te pakken.’

The Racer speelt vanaf 9 september in de bioscoop

Lees meer over: