Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

30.01.2016

In memoriam Jacques Rivette

door Jimmy Van der Velde

De Franse filmmaker Jacques Rivette is overleden ten gevolge van de ziekte van Alzheimer. De man was 87 jaar oud. Samen met François Truffaut en Jean-Luc Godard behoorde hij in de jaren vijftig tot de filmcritici van het blad Cahiers du Cinéma en was hij een van de belangrijkste regisseurs van de Franse Nouvelle Vague-beweging.

Hij maakte tijdens zijn carrière een 28-tal films, waaronder klassiekers als Paris nous appartient, Out 1 en Céline et Julie vont en bateau. Zijn werk wordt gekenmerkt door het gebruik van een grote cast, een lange speelduur, improvisatie, complottheorieën, fantasie en theatraliteit.

Rivette werd geboren op 1 maart 1928. Hij ging literatuur studeren, maar raakte in aanraking met de magie van de cinema via een boek van Jean Cocteau. Het was het begin van een levenslange passie voor het medium. Hij zakte regelmatig af naar de Cinémathèque Française om tientallen films te verorberen. Hij liep er ook andere jonge cinefielen als Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en François Truffaut tegen het lijf, met wie hij begin jaren vijftig aan het werk ging bij Cahiers.

Bij het filmblad ontpopte hij zich tot de beste schrijver van de cinefiele bende. Hij toverde messcherpe teksten en analyses uit zijn pen en verdedigde onder andere cineasten als Howard Hawks, Nicholas Ray, Fitz Lang, John Ford, Roberto Rossellini en Kenji Mizoguchi.

Terwijl hij aan de slag was als filmjournalist, blikte hij ook enkele kortfilms in. Hij was één van de eerste Cahiers-schrijvers die zich op een langspeelfilmproject stortte. In 1957 begon hij een scenario op papier te zetten, maar de film zou pas in 1961 in de zalen verschijnen.

Paris nous appartient (1961)

Rivette schreef Paris nous appartient als antwoord op een zoektocht van de Italiaanse regisseur Roberto Rossellini naar verhalen die zich afspelen in Frankrijk. Rivette pende het scenario samen met Jean Gruault en blikte de prent in tijdens de zomer van 1958. Centraal staat een Parijse student die een toneelopvoering van Shakespeares Pericles voorbereidt, maar heel wat obstakels moet overwinnen. Het afmaken van de film ging ook gepaard met de nodige problemen, maar Truffaut en Chabrol staken een handje toe om de film uiteindelijk in de bioscopen te krijgen. Paris nous appartient bleek geen succes aan de kassa’s en de kritieken waren mild.

 

La religieuse (1966)

Na zijn eerste langspeler werd Rivette hoofdredacteur van Cahiers du Cinéma, dat hij in een Marxistische richting stuurde. Het verband tussen politiek en populaire cultuur kreeg een prominentere plaats in het blad. Daarnaast beet hij zich vast in een verfilming van Denis Diderots La religieuse. Het onderwerp van de film veroorzaakte heel wat controverse. Leden van de katholieke kerk eisten van de politie en de toenmalige minister van informatie een verbod. Vele filmmakers verdedigden de prent van Rivette en Frans president Charles de Gaulle vond de hele zaak belachelijk en zorgde ervoor dat het verbod werd opgeheven. De film met Anna Karina in de hoofdrol ging in 1967 eindelijk in première.

 

L’amour fou (1969)

Met deze film ontdekte Rivette zijn ware stem als filmmaker. Hij koos ervoor om zonder een scenario te werken en om te experimenteren met improvisatie en verschillende acteurs. Het resultaat: een prent die meer dan vier uur duurt waarin Rivette de liefdesperikelen van een theaterregisseur en –actrice belicht.

 

Out 1 (1971)

Met deze prent ging hij nog een stap verder. Plot had niet zoveel belang, hij huurde een veertigtal acteurs in en draaide ongeveer 30 uur aan beelden om uiteindelijk een film in elkaar te boksen die 760 minuten duurt. Out 1 werd door sommige critici later bestempeld als een heilige graal voor cinefielen.

 

Céline et Julie vont en bateau (1974)

Mogelijk de meest geliefde film uit het oeuvre van Rivette. De cineast liet zijn fantasie de vrije loop voor dit relaas over de vriendschap tussen twee vrouwen. De film zit dan ook vol knipogen naar Alice in Wonderland, Jean Cocteau en Marcel Proust. In 1975 werd de Fransman het slachtoffer van een depressie.

 

La belle noiseuse (1991)

In de jaren tachtig volgden filmparels als Le pont du nord, Merry-Go-Round en L’amour par terre. Het leidde uiteindelijk tot een van de beste films uit zijn latere periode: La belle noiseuse. De film volgt een voormalige schilder wiens creativiteit terug tot leven wordt gewekt door de komst van de knappe Marianne.

 

36 vues du Pic Saint Loup (2009)

De laatste film van het genie, met Jane Birkin in de hoofdrol. De prent is een biopic gebaseerd op het leven van auteur Raymond Roussel. In 2012 werd bekendgemaakt dat Rivette worstelde met alzheimer.

 

@TheJimeister