Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

16.10.2015

#FFG15: Blog 4

door Ewoud Ceulemans

Met een Filmfestival gaat, naast een selectie aan films om van te watertanden, ook altijd wat glitter and glamour gepaard. Met Kevin Janssens, Veerle Baetens, Jeroen Perceval en Robin Pront is er op de openingsavond weer veel schoon volk over de rode loper gepasseerd. Hun sterrenstof was nauwelijks gaan liggen, of er stond alweer een klepper op het rode tapijt. De Ierse acteur Colin Farrell kwam in Gent immers de bizarre prent The Lobster voorstellen. De wereldster doet de camera’s opnieuw flitsen: hopelijk zet dat alles de film van de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos niet in de schaduw, want The Lobster mag gezien worden.

De acteur uit In Bruges en Miami Vice komt daarbij terecht in een lichtjes futuristisch universum, waar een vrijgezellenbestaan uitgesloten is. Wie nog geen lief aan de haak heeft geslagen, wordt verplicht ondergebracht in een hotel: de bakstenen versie van Tinder, zeg maar. Als je daar na 45 dagen nog geen match hebt gevonden, verander je in een dier naar keuze. Een kreeft, in het geval van Farrells personage David.

Yorgos Lanthimos wordt door critici gezien als de voortrekker van de Greek Weird Wave, en wie The Lobster bekijkt, weet waarom. Lanthimos brouwt zijn soep met tragikomische, absurdistische en gortdroge elementen. Maar verdorie, wat smaakt ze lekker. Onder de laagjes van vreemde situaties – vrijgezellenjagen in het bos! – en hilarische oneliners – “I was masturbating behind that tree, there” – schuilt immers ook een hart. Een hart dat prachtig wordt vormgegeven door een sterrencast, met Farrell en Rachel Weisz op kop. Al doen ook John C. Reilly, Ben Whishaw en Léa Seydoux hun duit in het zakje.

the lobster1

Een man met minder star quality dan Farrell, maar een (nog) indrukwekkender palmares, is Sir Alan Parker. De Britse regisseur van musicals als Bugsy Malone (1976), Fame (1980) en Evita (1996), maar ook van harde drama’s als Midnight Express (1978) en Mississippi Burning (1988), is dit jaar voorzitter van de FFG-jury. Een betere aanleiding had artistiek directeur Patrick Duynslaegher niet nodig om een director’s talk met de Oscarwinnende cineast te organiseren.

Tijdens dat gesprek toont Parker zich als een opvallend gezellige en gevatte man, met een voorliefde voor leuke anekdotes en een hekel aan alles wat naar Frankrijk ruikt. Parker is geen fan van de auteur theory, bijvoorbeeld. Niet alleen omdat “één persoon nooit een hele film op zijn naam kan schrijven”, maar ook omdat het “een Franse theorie is. En auteur is een Frans woord. De enige Franse woorden die we in het Engels aanvaarden, zijn genre en restaurant.” Dat eerste woord wordt geïllustreerd door een montage met fragmenten uit Parkers oeuvre, het tweede wordt geïllustreerd door ’s mans ronde figuur.


me

In de categorie van de leuke anekdotes vertelt hij onder andere over Gene Hackman, die in Mississippi Burning zo minimalistisch acteert dat hij tegen Parker zei geen rekwisieten te willen gebruiken. Of hij beschrijft een acteur die tijdens een auditie voor Midnight Express zijn broek en onderbroek uittrok en het hele kantoor ondersteboven haalde. Dat kantoor was niet van Parker zelf, maar wel van coproducent David Puttnam, die later beweerde dat hij het anders zou aanpakken, mocht Midnight Express opnieuw gemaakt kunnen worden. “Die man heeft een paar ongelooflijk domme dingen gezegd”, verklaart Parker. “Hij was op vakantie in Rome tijdens de opnames.”

Maar de controversiële portrettering van de Turken in Midnight Express heeft scenarist Oliver Stone later wel tot excuses genoopt. Parker brengt daar enigszins begrip voor op, maar voegt er meteen aan toe dat hij zelf nooit excuses zal maken voor zijn werk. Ook al riep een Franse criticus hem na de première van de film op het Filmfestival van Cannes toe dat de prent “een door de CIA gesteund, fascistisch schandaal” was. Het zal Parker koud laten. Want: “The French get everything wrong.”

Benieuwd of Parker die houding tegenover onze zuiderburen doortrekt in zijn beoordeling van de competitiefilms op Film Fest Gent: Les Cowboys zou in dat geval alleszins op niet al te veel lof moeten rekenen. Maar daarover later meer.

@Ewoud51