Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

Vertigo

01.04.2014

Dominique Export

door Kurt Vandemaele

Nu Deruddere al zeven jaar in Los Angeles woont, is draaien in Vlaanderen voor hem ook een beetje filmen in den vreemde geworden. Voor Flying Home (2014) waren er trouwens ook opnamen in Dubai en Barcelona. We blikken met hem terug op eerdere buitenlandse filmervaringen.

Wait Until Spring Bandini (1989)

Dit was zijn tweede film. Hij draaide hem in Amerika en baseerde zich daarvoor op het gelijknamige boek van John Fante. Francis Ford Coppola was de producent. In Amerika kwam de prent nooit uit, maar in België won hij de Plateauprijs voor Beste Belgische film.

“Ik vond dat een fantastische ervaring. Alleen jammer dat ze zo vroeg in mijn carrière gekomen is. Eigenlijk was ik er helemaal niet op uit om naar Amerika te trekken: ik was en ben een man zonder plan. Ik wou gewoon dat boek verfilmen. Maar als 30-jarige snotneus was ik eigenlijk nog niet in staat om die hele machinerie en gevestigde namen als Faye Dunaway te sturen. Joe Mantegna was makkelijker – met hem heb ik nog altijd contact.

Francis Ford Coppola stond wel op de aftiteling als producent, maar hem heb ik niet vaak gezien en dus ken ik hem ook niet. Producer Fred Roos daarentegen is iemand met wie ik nog altijd een goeie band heb. Hij is ook naar Flying Home komen kijken en houdt zijn ogen nog altijd open voor projecten waaraan we zouden kunnen samenwerken. En Michael Bacall, het jongetje uit de film, is tegenwoordig een gevierd scenarist. Hij schreef Project X (2012) en 21 Jump Street (2012), en als acteur had hij rollen Inglourious Basterds (2009) en Django Unchained (2012).”

“Veel mensen vinden Bandini een mooie film, maar zelf vind ik dat hij beter had gekund. Ik heb natuurlijk de pech gehad dat distributiehuis Orion een paar dagen voor de release failliet ging en dat de film de Amerikaanse bioscopen daardoor nooit gehaald heeft. Zonde.”

 

Suite 16 (1994)

Een erotische thriller die zich afspeelde in het Zuiden van Frankrijk en die in het Engels gedraaid is. Met in de hoofdrollen drie acteurs met een verschillende nationaliteit.

Suite 16 was de tweede film die ik draaide in het buitenland en ook die is er eerder toevallig gekomen. Ik wou toen eigenlijk mijn Afrika-film Dipenda maken. Maar daar heb ik mijn tanden helemaal op stuk gebeten. Afrika is nog moeilijker dan Amerika. Gelukkig had Paul Breuls toen een project dat ik interessant vond. Het was Engels gesproken, situeerde zich in Nice en is daar ook gedraaid. Het was helemaal niet dat ik per se naar Nice wou – het stond gewoon zo in het scenario.”

“Ik herinner het me als een aangename set. Met Pete Postlethwaite werken was echt een droom: hij is een geweldig acteur. Steven Spielberg noemt hem de beste ter wereld. Wie ben ik om hem tegen te spreken? Antonie Kamerling was heel moedig. Wat hij op die set allemaal moest doen en met veel bravoure gedaan heeft! En dan was er ook nog Géraldine Pailhas, een heel goeie actrice, die zich heel behoorlijk van haar job kweet. Ik kijk met redelijk veel liefde op die film terug.”

 

Die Bluthochzeit (2005)

‘Bloedbruiloft’ was gebaseerd op het stripverhaal Lune de Guerre van Hermann Huppen en Jean Vanhamme. In de hoofdrollen twee Duitse acteurs, Armin Rohde en Uwe Ochsenknecht, in een verhaal over een huwelijksfeest dat ontaardt in een echte oorlog.

“Dat was een project dat bij Erwin Provoost zat, de producent van mijn vroegste films. Hoewel het verhaal Belgisch was en zich afspeelde in de Ardennen, wilden wij deze prent eigenlijk in Engeland draaien. Het was in de tijd voor de taxshelter en problemen met het budget zorgden ervoor dat we hem hier niet van de grond kregen. Toen ook een Engelse versie onhaalbaar bleek – omdat we de sterren niet konden krijgen die de financiering mogelijk maakten – zijn we uiteindelijk in het Duits gaan draaien. Het was een puur plezier om daar in Keulen met een gemengd Duits-Belgische ploeg te kunnen werken. Duitse acteurs zijn aangenaam in de omgang en altijd zo fenomenaal goed. En op tijd. (lacht) Ja, dat was een toffe ervaring. En ik ben ook tevreden van wat we daar gedaan hebben.”

“Mij maakt het niks uit waar of in welke taal gedraaid wordt. Een film is een universum op zich en je werkt met gelijkgestemden, dus grenzen vallen snel weg. Zelfs taal maakt zelden iets uit op een filmset. Je zit er in een cocon: je leest geen kranten meer, luistert niet meer naar de radio, je bent gewoon met een groepje mensen op een trip tot de opnamen voorbij zijn. Daarom kon iemand als Sergio Leone Once Upon a Time in America (1984) maken zonder dat hij een woord Engels sprak.”

 

Pour Le Plaisir (2004)

Een Franse komedie over een vrouw die bezeten was van de misdaad en haar man daar ongewild bij betrekt. Met François Berléand, Samuel Le Bihan en Nadia Farès.

“Dat is misschien de enige film die ik niet had mogen draaien. Hij is godzijdank vrijwel nergens te zien geweest. En dat moeten we zo houden. (lacht) In dit project ben ik eerder per toeval terechtgekomen. Ik moest naar Parijs om iets in te spreken voor een dvd, en ze vroegen me om een synopsis te lezen die best wel tof was. Ik dacht dat het allemaal niet zo serieus was. Tot ik op het punt stond om weer te vertrekken en producente, Michelle De Broca, de ex-vrouw van de befaamde Franse regisseur Philippe De Broca, erop stond om zo snel mogelijk terug af te spreken. Een prettig gestoord mens en een fantastisch wijf. (lacht) Ze was toen al 80 of 83. ”

“Ik dacht dat ze onzin uitkraamde, maar niets was minder waar. Want toen ik terugkeerde, zat ik opeens middenin echte onderhandelingen. Dat ging me veel te snel. Nu zou dat me niet meer overkomen. Maar ik had met aangename mensen te maken en dacht: we maken er wel iets van. We hebbben die film trouwens in België gedraaid, hoewel het verhaal zich in Noord-Frankrijk afspeelt. Het was een toffe ploeg. Maar toch is het een film waar ik niet zo tevreden over ben.”

 

@VdmKurt