Vertigo

Een duizelingwekkende dosis cinema

28.06.2017

Recensie It Comes at Night

door Chris Craps

De Amerikaanse indieproductie It Comes at Night lijkt een product van het vooral in horror gespecialiseerde Blumhouse. Maar de commerciële titel en het beperkte budget van nog geen 5 miljoen dollar zijn zowat de enige overeenkomsten tussen deze prent van Trey Edward Shults en de typische huiverfilms van het succesvolle productiehuis van Jason Blum.

In feite sluit It Comes at Night veel meer aan bij de wereld van The Road-auteur-Cormac McCarthy dan bij die van een George A. Romero of Wes Craven. We hebben hier immers te maken met survival horror waarbij de angst van de mens centraal staat.

De openingsbeelden sturen je net zoals de titel op het verkeerde pad. Een doodzieke, monsterlijk uitziende oude man wordt door zijn familie naar buiten gebracht, geëxecuteerd, begraven en verbrand. Wereldwijd zou zich een virus verspreid hebben en blijkbaar kan je besmet raken door iets dat zich ’s nachts manifesteert. De boodschap is dus: als het donker is, blijf je best binnen. En daar houden vader Paul (Joel Edgerton), moeder Sarah en hun zoon Travis zich aan. Slechts heel uitzonderlijk verlaten ze, overdag uiteraard, hun blokhut in een niet nader gesitueerd bos.

Maar na zo’n tien minuten hebben we nog steeds geen zombies gezien en het camerawerk en de soundtrack vermijden alle clichés van de klassieke B-horror. De rustige, maar tegelijkertijd ook strenge regie van Shults laat er bovendien geen twijfel over bestaan dat hij de toeschouwers ‘iets anders’ wil bieden.

Wat dat ‘anders’ is, komen we vooral in de tweede act te weten. Want dan worden Paul en zijn familie enigszins verplicht om de blokhut te delen met mensen die misschien niet helemaal te vertrouwen zijn. Dat veroorzaakt bij Paul een intens innerlijk conflict waarbij hij moet kiezen tussen zijn meedogenloze overlevingstactiek en morele beslissingen die het einde kunnen betekenen voor hem en zijn familie.

Heel wat scènes in die tweede act roepen herinneringen op aan de flashbacksscènes met Charlize Theron in John Hillcoats verfilming van het eerder genoemde The Road. En het is niet alleen de sfeer die deze film met It Comes at Night deelt, maar ook het belangrijkste thema. De twee films stellen dat beschaving en moraliteit geen plaats hebben in een wereld waar overleven op de eerste plaats komt en dat de nog niet vergiftigde onschuld van kinderen onze enige hoop zijn. Eens dit centre of good verdwijnt, rest er enkel nog verdoemenis. Het is dan ook geen toeval dat zowel The Road als It Comes at Night bekeken worden vanuit de ogen van kinderen en niet vanuit die van hun ouders.

Shults heeft dus een zeer interessant en verdienstelijk werk binnen het genre van de apocalyptische fictie gemaakt. Dat hij hier en daar een scenariosteek laat vallen, neem je er probleemloos bij. De beelden en de toon hebben immers een grotere impact op de filmervaring dan het verhaaal.

Nog een extra pluim voor de acteurs. En dan vooral voor Joel Edgerton, een van de meest veelzijdige acteurs van down-under.

Klap

Trey Edward Shults volgt zijn indiehit Krisha op met een psychologische thriller à la The Road, waarin twee gezinnen elkaar na een apocalyptische ramp steeds feller beginnen te wantrouwen.

Regie Trey Edward Shults
Cast Joel Edgerton, Carmen Ejogo, Kelvin Harrison Jr.
Speelduur 1u31
Vanaf 28 juni in de bioscoop